Invoering van een zorgtraject bij Delta voor patiënten met een hoog genetisch risico

De Kliniek voor Preventie en Kankeropsporing van het CHIREC lanceert een gepersonaliseerde behandeling voor patiënten met een zeer hoog risico op kanker, in nauwe samenwerking met tal van artsen, gespecialiseerd in de domeinen oncologie en hoogrisicopatiënten, de oncogenetische raadpleging, verpleegkundige coördinatoren en gespecialiseerde psychologen.

In heel wat landen neemt het aantal kankers voortdurend toe, met name door de veroudering van de bevolking. Het Kankerregister registreerde in 2023 78.416 nieuwe gevallen van kanker in België. Dat is nog steeds een stijging ten opzichte van 2021 en 2022, voornamelijk bij patiënten van 65 jaar en ouder. Leeftijd blijft immers de belangrijkste risicofactor voor kanker.

Naast de leeftijd, werden al tal van andere risicofactoren geïdentificeerd. Denk bijvoorbeeld aan risicofactoren gekoppeld aan de levensstijl (roken, obesitas, alcohol, bewerkt vlees …), de leefomgeving en bepaalde medische aandoeningen (ulcero-hemorragische rectocolitis, ziekte van Crohn …), maar ook aan familiale en/of genetische risicofactoren.

Om onze patiënten een optimale preventieve aanpak te kunnen bieden, is het essentieel om een gedetailleerd risicoprofiel op te stellen, waarbij met name rekening wordt gehouden met de persoonlijke en familiale geschiedenis van de patiënt.

Voor de Kliniek voor Preventie en Kankeropsporing heeft een van de belangrijkste uitdagingen vandaag betrekking op patiënten met een zeer hoog risico op kanker, voor wie een aangepaste en vroegtijdige behandeling cruciaal is.

Deze patiënten met een zeer hoog risico op kanker vormen een heterogene groep met voornamelijk:

  • patiënten met een erfelijke genetische aanleg voor kanker;
  • patiënten met ernstige persoonlijke en/of familiale antecedenten, met meervoudige, vroeg optredende of zeldzame kankers; 
  • bepaalde patiënten met belangrijke individuele, niet-erfelijke risicofactoren voor kanker, zoals een voorgeschiedenis van thoraxradiotherapie of inflammatoire spijsverteringsziekten (UHRC, ziekte van Crohn, cirrose).

Bij deze patiënten is het risico om een (secundaire) kanker te ontwikkelen aanzienlijk hoger dan bij de algemene bevolking, wat een gepersonaliseerde en vroegtijdige behandeling rechtvaardigt.

Door de toegenomen kennis en een betere identificatie van de risicofactoren worden geleidelijk aan meer mensen als risicopatiënt herkend.

Die evolutie heeft met name te maken met de grote vooruitgang in de medische genetica.

Vandaag wordt geschat dat ongeveer 5 tot 10% van de kankers verband houdt met een geïdentificeerde erfelijke genetische aanleg (monogene aanleg). Dat percentage zal waarschijnlijk verder evolueren met de ontdekking van nieuwe genen die patiënten vatbaar maken voor kanker en de uitbreiding van de indicaties van constitutionele genetische testen.

Bij sommige kankers, zoals pancreasadenocarcinoom, zou naar schatting 20% of zelfs 30% van de gevallen een genetische oorzaak hebben, hoewel het merendeel van de genetische factoren vandaag nog niet zijn geïdentificeerd.

Naast de monogene aanleg speelt ook een polygenetisch risico (multigene aanleg) een rol. Daarbij zorgen verschillende genetische varianten (polymorfismen) samen voor een cumulatief risico op kanker. Dat is waarschijnlijk een verklaring voor veel familiale kankers. In tegenstelling tot de monogene aanleg (mutatie in een gen met een ‘sterk’ effect) komen deze varianten vaak voor in de algemene bevolking en worden ze vaak beïnvloed door omgevingsfactoren.

Samen met de andere vatbaarheidsfactoren voor kanker zal deze beoordeling van dat polygenetische risico binnenkort zeker worden opgenomen in een globale en gepersonaliseerde risicobeoordeling.

De beoordeling van deze polymorfismen (polygenetische risicoscore) wordt nog niet routinematig gebruikt. Toch zullen deze polygenetische risicoscores het ‘oncogenetische landschap’ de komende jaren veranderen en zorgen voor een betere identificatie van de populaties met een hoog risico op kanker. Deze vooruitgang zal ongetwijfeld ook bijdragen aan de uitbouw van gepersonaliseerde preventieve geneeskunde, aangepast aan het oncologische risicoprofiel.

Zorgtrajecten voor ‘zeer hoog risico op kanker’: voor wie en waarom?
Deze zorgtrajecten zijn gericht op personen bij wie het – al dan niet genetische – risico op kanker veel hoger is dan bij de algemene bevolking.

De meest voorkomende vormen van erfelijke aanleg voor kanker zijn het erfelijk borst- en/of ovariumcarcinoom (HBOC-syndroom), dat in de meeste gevallen te maken heeft met een mutatie in het BRCA1- of BRCA2-gen, en het syndroom van Lynch, de voornaamste vorm van erfelijke aanleg voor colorectale kanker en endometriumkanker.

Bij patiënten met een zeer hoog kankerrisico helpt een aangepaste opvolging meestal om het risico te verlagen, het ontstaan van bepaalde kankers te voorkomen en/of een eventuele kanker in een vroeg stadium op te sporen. En dat vergroot dan weer de kansen op genezing. Deze preventieve behandeling is dus essentieel!

Gepersonaliseerde en multidisciplinaire aanpak
De Kliniek voor Preventie en Kankeropsporingbiedt een aangepaste en multidisciplinaire behandeling, in nauwe samenwerking met:

  • tal van artsen, gespecialiseerd in de domeinen oncologie en hoogrisicopatiënten;
  • de oncogenetische raadpleging;
  • verpleegkundige coördinatoren;
  • gespecialiseerde psychologen.

Het zorgtraject in de praktijk
Voor iedere patiënt begint het traject met een eerste raadpleging in de Kliniek voor Kankeropsporing, waarbij het risicoprofiel in detail wordt vastgesteld en het zorgtraject wordt uitgewerkt. Dat omvat:

  • gespecialiseerd advies over de aanbevolen screening en preventie, inclusief over de profylactische chirurgie om het kankerrisico te verkleinen;
  • medisch-technische onderzoeken, zoals een mammografie, colonoscopie, dermoscopisch huidonderzoek enz.;
  • psychologische ondersteuning indien gewenst;
  • oncogenetisch advies indien nodig.

Om de toegankelijkheid en de organisatie van de zorgtrajecten te bevorderen, worden alle afspraken in het CHIREC centraal gepland door ons secretariaat.

Tot slot wordt tijdens een tweede raadpleging de verdere opvolging en/of preventieve of curatieve behandeling besproken, op basis van alle resultaten van het zorgtraject. Iedere patiënt krijgt een gepersonaliseerd opvolgplan met gedetailleerde aanbevelingen voor verdere opvolging en advies inzake kankerpreventie. 

Praktische informatie en afspraken
02 434 81 15 – depistage.cancer@chirec.be

Raadplegingen ‘preventie en opsporing’
Delta Ziekenhuis, Verdieping +1, Inschrijving desk 6

Secretariaat: Mevr. Fanny Flies, 02 434 81 15

Verpleegkundige coördinatoren:
– Mevr. Audrey Gillis, 02 434 17 45
– Mevr. Sophie Hublet, 02 434 57 14

Psychologen:
– Mevr. Sarah Lambert, 02 434 17 44
– Mevr. Mathilde Van Vlasselaer, 02 434 51 22

Coördinerend arts:
Dr. Laurence Gordower – laurence.gordower@chirec.be