Denis Goldschmidt

Denis Goldschmidt: “Onze ambitie is om voorop te lopen op vlak van medische ziekenhuis-informatica”

Dr. Denis Goldschmidt stopte als chirurg om de verantwoordelijke te worden voor medische informatie, « Chief Medical Information Officer » (CMIO),  in Chirec. Sinds 7 jaar zet hij zijn overtuigingskracht in om de medische informatica te verbeteren in zijn ziekenhuis. We stellen u de innovatieve projecten in de private ziekenhuisgroep voor.

Wat zijn de belangrijkste projecten van Chirec op vlak van medische informatica?
Er zijn er veel! Ten eerste, in het kader van de opening van ons nieuwe Delta-ziekenhuis in Oudergem, zijn er vele innovatieve projecten in aanbouw: het operatiekwartier bestaat uit dertig volledig gedigitaliseerde operatiezalen, medische verstrekking van informatie aan patiënten, zelfs in hun kamer via een IP-TV-systeem, een elektronisch portaal voor de patiënten waarmee zij toegang krijgen tot een deel van hun dossier (beginnend met beelden) evenals de mogelijkheid om online afspraken te maken, en nog vele andere projecten …

Daarnaast worden de andere ziekenhuis sites die niet vergeten: een van onze grote lopende projecten is om de volledige IT-convergentie met de site van St-Anne St-Remi (SARE) te waarborgen door het installeren van het institutionele medisch dossier, een laatste versie van onze PACS voor radiologen en specialisten in nucleaire geneeskunde, en andere “stenen”, die de “muur” van de reeds geïnstalleerde medische informatica zullen vullen.

Neemt Chirec deel aan het project om medische gegevens te delen met de eerste lijn en andere ziekenhuizen (een project dat ten zeerste wordt aangemoedigd door de overheid zowel federaal als regionaal)?

Chirec heeft al meer dan 700.000 documenten gedeeld al via het Brussels Health Network (RSB), dat wordt beheerd door de vzw ABruMeT, waardoor het een belangrijke speler is in de regio. We zullen een van de eerste zijn in Brussel om ook medische beelden te delen met huisartsen, rechtstreeks via het RSB. Op dezelfde manier zullen we in juli 2016 in ons ziekenhuis-EMD de SumEHRs integreren (elektronische samenvatting inclusief belangrijke informatie over voorgeschreven medicijnen), geproduceerd door de artsen van eerstelijnszorg. Dit zal toelaten om de samenwerking tussen de actoren binnen en buiten het ziekenhuis te ontwikkelen en versterken.

In Wallonië was het CHU Charleroi een voorloper op vlak van de automatisering van de uitwisseling van medische gegevens door haar deelname aan de oprichting van het Réseau Santé Wallon (RSW). In Brussel heeft Chirec de ambitie om een dynamische ziekenhuis te zijn op dit vlak. Men moet nog de huisartsen en ziekenhuisartsen informeren over het bestaan van deze tools. Velen van hen kennen RSB nog niet of gebruiken het te weinig. Bovendien moeten ze beschikken over een GMD dat ” RSB/ RSW-compatibel” is, en eHealth certificaten installeren om deze te kunnen openen.

Chirec bevond zich niet altijd in de voorhoede qua ziekenhuis-informatica
Inderdaad, tien jaar geleden liepen we achter. We hebben nu de verloren tijd grotendeels goedgemaakt, en nu zijn we één van de pioniers van de medische informatica.

Heeft Chirec een elektronisch patiëntendossier (EPD)?
Na het “bijna-faillissement” in 2002-2003, was Chirec in staat om op krachten te komen, de en beslissing werd genomen om actief op de “trein” te stappen van de medische informatica. De eerste keuze was om een ​​elektronisch medisch dossier (EMD) te verwerven voor de instelling. Ik maakte deel uit van de commissie die de taak had het systeem te selecteren. Het toenmalige Directoraat-Generaal vroeg me om de installatie van het geselecteerde DMI te begeleiden, part-time, gedurende 3 maanden. Ik aarzelde omdat ik een belangrijke klinische activiteit had in de plastische chirurgie. Zeven jaar later, ben ik nog steeds hier en ik  hou me fulltime bezig met de medische Informatica van de instelling, in brede zin. Gedurende 3,4 jaar oefende ik beide beroepen uit, chirurgie en IT. Het was een moeilijke situatie. Na lang aarzelen heb ik de keuze gemaakt om met toe te leggen op de informatica, en dus de chirurgie te verlaten. De uitdaging van de overgang van analoog naar het nieuwe digitale paradigma toegepast in het ziekenhuis medische informatie leek mij, en lijkt mij nog steeds, uniek en spannend. De directie van het ziekenhuis heeft gekozen om te investeren in de financiering van een medische verantwoordelijke gesteund door de IT-afdeling. Een paar jaar geleden was dit relatief zeldzaam … en zelfs gedurfd! Maar ik ben ervan overtuigd dat deze investering de sleutel is tot het toekomstige succes van de paradigmaverschuiving en de begeleiding van de verandering die deze verschuiving met zich meebrengt.

Twee jaar geleden heeft Chirec Olivier Remacle in dienst genomen, de nieuwe CIO (Chief Information Officer ), een bijzonder dynamisch man, die het team waarmee ik werk in symbiose heeft aangervuld. Samen is het onze ambitie om de top van de ziekenhuis-medische informatica te bereiken. Wij willen innoveren en reflecteren, onder meer in samenwerking met de overheid.

Ontwikkelt u het EPD intern of in samenwerking met een gespecialiseerd bedrijf?
Bijna niemand begint vandaag nog een intern ontwikkelingsproject voor een dergelijk systeem in de ziekenhuissector. Sommige pioniers zoals de ziekenhuizen UZ VUB, CHU Charleroi, of KUL, hebben dit gedaan, heldhaftig, want ze zijn er 20 of 25 jaar geleden mee begonnen, op een moment dat er vrijwel geen oplossing op de markt was. Deze systemen staan op punt, maar zijn zeer specifiek voor hun instelling van herkomst, dus a priori moeilijk om elders te gebruiken. Sommige van deze instellingen zouden trouwens graag hun systemen verkopen aan andere ziekenhuizen om de functionele, technische …en financiële duurzaamheid te garanderen.

Een EPD is een softwarepakket, dat wil zeggen een set van applicaties en modules die voortdurend veranderen omdat de medische kennis en technologie ook voortdurend verandert. Deze voortdurende evolutie impliceert dat een ziekenhuis dat heeft besloten om zijn EPD intern te ontwikkelen, veroordeeld is om het eindeloos bij te houden en te verbeteren…, wat het ziekenhuis verplicht  om een voldoende groot team van ontwikkelaars te hebben en te financieren, dat in staat is om de technologieen de functionele ‘know how’ in stand te houden. Deze beslissing is niet alleen erg duur, maar bijzonder gevaarlijk voor de instelling in het geval van vrijwillig of onvrijwillig vertrek van een “key developer” van het systeem.

In België zijn verschillende aanbieders nu robuust genoeg om een softwareoplossingte voorzien die voldoet aan de behoeften van een ziekenhuisinstelling van onze omvang en die de vele noodzakelijke veranderingen kan volgen, zoals bvb de veranderingen die verband houden met de beperkingen opgelegd door de autoriteiten. Dit was onze keuze. Het is een Belgische leverancier (Xperthis Group), die de evolutie van onze intellectuele-eigendomsrechten en de onderdelen verzekert, met de hulp van al haar ziekenhuisklanten die deelnemen aan de selectie en prioritering van verzoeken tot wijziging.

Verder zijn er ook nog buitenlandse softwarepaketten op de markt. Ongeacht hun kwaliteiten, zorgen deze meestal voor drie soorten problemen:

  • Ten eerste zijn ze over het algemeen veel duurder dan de Belgische oplossingen (of zelfs vreselijkveel  duurder voor de Amerikaanse softwarepakketten, waarvan de “entry ticket” oploopt tot tientallen miljoenen euro’s).
  • Daarnaast moet je ze “belgiseren”. Het RIZIV, de FOD, de registers, het fagg, de hubs, de “eHealth Box” … zijn allemaal typisch Belgische elementen die een voortdurende aanpassing vragen om te voldoen aan de lokale vereisten. In dezelfde geest, moeten we rekening houden met de “medische cultuur” van het land waar de applicatie werd ontworpen, die heel anders kan zijn dan die van België en dus een impact kan hebben op de gebruikers.
  • En ten slotte is er het probleem (klein maar continu) van de vertaling als een oplossing niet origineel is in het Frans (de taal van de meerderheid van de gebruikers Chirec) of eventueel in het Nederlands. Het ideaal zou zijn om een ​​tweetalige Frans-Nederlands toepassing krijgen -. Het is gemakkelijker om een dergelijke oplossing in België te verkrijgen.

Is een geïntegreerd systeem installeren een groot project?
Ik meestal vertel mijn gesprekspartners  dat om het hele ‘kasteel van Medische Informatica’ correct te bouwen, dit 20 jaar duurt! Dit is enigszins het enthousiasme te temperen (of de verwijten) van toekomstige gebruikers die denken dat een jaar voldoende is voor de installatie. Dit is waarschijnlijk een beetje overdreven, maar na 7 jaar van de inzet van de beide delen van ons DPI (medisch dossier en verpleegkundig dossier), denk ik dat we de fundamenten van dit “kasteel” hebben gebouwd. Extra etages en het dak zullen komen met de komst van “business intelligence”, dat zijn in wezen beslissingshulpmiddelen (diagnostisch, therapeutisch en administratief), waarschuwingen en  « kwaliteit returns »

Hiervoor is het absoluut noodzakelijk om een minimale structuur te hebben van patiëntendossiers in de brede zin. Deze structuur zal in aanvulling op passende IT-instrumenten, een radicale verandering vereisen, in de aanpak van de  dossiers door de gebruikers. Dit is een enorme uitdaging waarvan we op dit moment de limieten van leren kennen.

Waar staat u op vlak van het beheer en de traceerbaarheid van medicijnen?
Het geneesmiddel-circuit is zeer moeilijk uitvoerbaar, vooral omdat meerdere toepassingen betrokken zijn. In Chirec zijn er 4 toepassingen – het patiëntendossier, verpleegkundig dossier, de apotheeksoftware en chemotherapiesoftware – die toelaten om medicijnen elektronisch te beheren. Twee toepassingen zijn geïntegreerd en geven reeds ‘decision aids’. Momenteel is het elektronisch voorschrift op basis van het EMD in volle productie. Het kan later worden aangesloten op het Recip-e project dat reeds artsen va de eerste lijn wordt gebruikt. Het intramurale voorschrift voor gehospitaliseerde patiëntenis in ontwikkeling. En hetzelfde geldt voor het voorschrijven van chemotherapie.

Houdt u ook rekening in uw IT-strategie met een toekomstig Chirec accreditatieproces?
Omdat de bouw van de Delta-vestiging een prioriteit is, hebben we besloten om ons pas na de opening te richten op het accreditatieproces, maar we houden nu al deze doelstelling in het zicht. Zo worden alle projecten die we lanceren voorzien van gedocumenteerde procesbeschrijvingen, een noodzakelijke voorwaarde voor accreditatie.

De wortel in plaats van de stok

Hoe overtuig je, als Chief Medical Information Officer,  uw collega-artsen van het belang van de nieuwe IT-tools?
Het is een boeiende job … en beladen met valkuilen. In Chirec, artsen zijn a priori zeer onafhankelijk van elkaar. Ze zijn bovendien ook talrijk (ruim 1100!). In eerste instantie hebben we besloten om te werken met degenen die het meest enthousiast waren en we hebben hen de voordelen van het systeem laten zien (de beschikbaarheid van verslagen, de toegang van buiten het ziekenhuis tot data, spraakherkenning, onmiddellijke verzending van verslagen aan huisartsen, enz…). Deze groep van “enthousiasten” werd toen ambassadeur bij de artsen die minder geïnteresseerd zijn in IT-tools, en met deze groep zijn we momenteel actief aan het werken. Het doel is om een ​​kritische massa te bereiken die de artsen met het meeste voorbehoud van gedacht doet veranderen. Zij zullen hoe dan ook uiteindelijk moeten toetreden tot de gemeenschappelijke regeling.

Zo hebben we hebben besloten om handgeschreven notities tijdens de consultaties niet te archiveren of te scannen. Er rest nog om de meest terughoudende gebruikers te overtuigen om medische gegevens geproduceerd tijdens het consult direct in het institutionele EMD in te voeren. Dit hele proces van overtuiging kost tijd. Het feit dat ik arts ben is natuurlijk een voordeel. Ik kan de praktische problemen van mijn collega’s volledig begrijpen en hen adviseren, bijvoorbeeld om contact op te nemen met andere collega’s in hetzelfde gebied om te zien hoe ze werken in de praktijk. Dit creëert een dynamische samenwerking tussen artsen met dezelfde specialisatie in het Chirec, ongeacht de locatie.

RSB: Verwijder de belemmeringen voor het ophalen van gegevens

De raadpleging van medische gegevens geregistreerd op de Brusselse Health Network RSB is nog niet hoog.
Inderdaad, maar raadpleging door huisartsen van het netwerk stijgt van maand tot maand. Alle artsen en ziekenhuizen moeten meedoen, door de documenten daadwerkelijk te publiceren volgens de geïnformeerde toestemming ondertekend door de patiënt.

Als beheerder van Abrumet (de vzw die het RSB beheert), moedig ik huisartsen aan om het RSB te gebruiken, dat groeit en waarvan de mogelijkheden worden uitgebreid. Zo werken we bvb. voor nu het project “BruSafe”, een soort computer-safe met daarin de SumEHRs van huisartsen. BruSafe zal binnenkort toelaten om informatie van andere zorgverleners te delen, zoals thuiszorg, verpleeghuizen, sommige paramedici, en anderen. Het RSB gekoppeld aan BruSafe wordt geleidelijk aan een essentieel instrument gecentreerd rond de patiënt. Wij willen de Brusselse huisartsen helpen zich uit te rusten zodat het gebruik van deze instrumenten op natuurlijke wijze wordt geïntegreerd in hun dagelijkse activiteiten. Dit is al gebeurd in Vlaanderen en Wallonië. Praktisch gaat Abrumet naar de huisarts om de nodige eHealth -certificaten te installeren en om de werking van de toegang tot het RSB uit te leggen.

Verschillende redenen verklaren het lage niveau van de raadpleging op het RSB: ziekenhuisartsen zien de voordelen nog niet van data-integratie in hun institutionele EMD. Over een paar weken zullen in CHIREC de SumEHRs gemaakt door huisartsen die worden gehost in BruSafe, direct leesbaar zijn in het EMD. Vanaf dat moment zal de behandeling met geneesmiddelen voorgeschreven door de behandelend arts van een patiënt die in de spoeddienst aankomt bijvoorbeeld, direct kunnen worden gelezen in het institutionele EMD van Chirec. Ik ben ervan overtuigd dat vanaf die dag de voordelen van die aard zullen zijn dat het RSB een instrument zal worden dat de artsen niet meer aan zich zullen kunnen laten voorbijgaan.

 

Interview door Vincent Claes, hoofdredacteur bij Le Spécialiste, met Denis Goldschmidt, Chief Medical Information Officer van Chirec.